PROJECTLEIDER LUCAS

prof. dr. Anja Declercq

Het aanbod van de professionele hulp kan de vraag niet meer volgen, we zullen dus elkaar moeten gaan helpen.

Zorg in al zijn facetten is voor mij met voorsprong dé uitdaging voor de toekomst. Het aantal mensen dat hulp nodig zal hebben, gaat alleen maar stijgen. In de eerste plaats omdat we met z’n allen steeds ouder worden en dat oude mensen nu eenmaal zorg en opvang nodig hebben. Maar ook de medische vooruitgang zorgt vreemd genoeg voor heel wat mensen die extra zorg nodig hebben. We overleven vandaag aangeboren aandoeningen, ziektes en zware ongevallen die nog niet zo lang geleden altijd slecht afliepen. Alleen blijven mensen die herstellen van kanker of die uit een diepe coma ontwaken vaak nog jaren – soms voor de rest van hun leven – zorg nodig hebben. Vreemd genoeg zijn onze structuren daar nog niet aan aangepast. Er zitten nog veel te veel muren tussen thuiszorg, residentiële zorg en ziekenhuiszorg. In die opdeling spelen dan ook nog eens de zuilen. Maar ook binnen die zuilen werken we nog veel te weinig samen, concurreren we zelfs. Dat is niet eenvoudig op te lossen en het vergt waarschijnlijk voor een minister heel veel moed om dat te doorbreken. Ooit zal het toch wel een keer moeten. Toch geloof ik niet dat alle heil zal komen van investeringen in de zorgsector. Uiteraard moeten we omwille van de vergrijzing zwaar investeren en zullen we zoals al gezegd de structuren moeten aanpakken. Alleen zal dat niet voldoende zijn. Er is een groot verschil tussen mensen die gespecialiseerde zorg nodig hebben en mensen die gewoon zorg nodig hebben. Voor de gespecialiseerde zorg zullen we altijd beroep moeten doen op professionelen. Voor de andere zorgvragen zijn verschillende oplossingen mogelijk. Kijk, de jongste tijd horen we vaak in de pers dat het aantal mantelzorgers afneemt. Mensen hebben minder kinderen, die kinderen blijven veel langer actief op de arbeidsmarkt dan vroeger en wonen vaak ook niet meer in de buurt van hun hulpbehoevende ouders. Hierdoor moeten mensen die niet-gespecialiseerde zorg nodig hebben veel meer dan vroeger een beroep doen op professionele hulp. Alleen kan het aanbod de vraag niet meer volgen. Een uitbreiding zal sowieso nodig zijn, net als betere manieren van organiseren, maar we moeten ook dringend andere oplossingen vinden. We moeten evolueren naar samenlevingsvormen waarin het solidariteitsprincipe meer gaat spelen. Mensen – die geen familie zijn van elkaar – kunnen ook voor elkaar gaan zorgen. In Frankrijk experimenteert men al met dergelijke zorgcampussen. Gemeenschappen met een mix van jonge gezinnen en ouderen. Een dorp eigenlijk waar de inwoners elkaar steunen en ondersteunen. In Vlaanderen staan we nog niet zo ver, maar hebben we toch ook al projecten die volgens hetzelfde principe werken. Noem het de vermaatschappelijking van de zorg. Eigenlijk een beetje gluren bij de buren. Je houdt in de gaten wanneer bij de oudere buren de rolluiken naar boven gaan. Je weet wanneer er iemand alleen thuis is, je gaat de krant brengen en ondertussen weet je ook dat alles in orde is. Dat zijn kleine dingen maar als je zo’n gemeenschap creëert dan gaat dat vanzelf. Dan ga je minder streepjes moeten zetten van wie wanneer verantwoordelijk is voor wat. Het gaat nog altijd wel wat gestimuleerd moeten worden maar het gaat makkelijker vanzelf lopen. Uiteraard kan het ook wederzijds zijn. Als je nu wat oudere buren hebt, dan kunnen die ook eens babysitten en voor de kinderen zorgen. Ga je boodschappen doen, dan breng je de zwaardere zaken al mee voor je buren. Dat soort kleine dingen kunnen het verschil maken. Daarmee los je ook voor een stuk het eenzaamheidsprobleem mee op waar veel ouderen mee worstelen.

< Terug naar Zorg